top of page
Search

Ria Haver


Ze is geboren net na de oorlog. “Ik ben echt een kind van ná,” zegt ze. Maar wie haar hoort vertellen, merkt meteen: de oorlog liep als een soort ondertoon door haar jeugd.

Haar vader werkte bij de marine en was tijdens de oorlog vijf jaar weg. Haar moeder bleef achter, samen met haar broer Wim, en had alleen brieven van het Rode Kruis als bewijs dat haar man nog leefde. “Je hoort niks, behalve af en toe zo’n bericht via via. Dat moet vreselijk zijn geweest.”

Op een dag kwam haar moeder de kerk uitgelopen — en daar stond hij ineens. Zomaar, alsof hij even een boodschap was gaan doen. Een klein jaar later werd zij geboren.

IJmuiden lag toen nog vol puin. Gebouwen kapotgeschoten, straten onherkenbaar. “Wij speelden later gewoon tussen de ruïnes. Dat was heel normaal.”

Ze ging naar de Comité- en Claraschool, “daar zat héél Oud-IJmuiden op.” Een school die iedereen kende en waar je elkaar ook altijd weer tegenkwam.

Een groot deel van haar jeugd speelde zich af op het Forteiland. Haar vader kreeg daar werk en het gezin woonde er acht jaar lang. Voor anderen was dat mysterieuze eiland bijna spannend, voor haar was het simpelweg thuis. Het huis leek van hout maar was van steen, met vijf kamers. Verwarming was er alleen via de kolenkachel in de woonkamer. Op haar slaapkamer stonden ’s winters bloemen van de kou op het raam.

’s Ochtends bracht haar vader haar met een bootje naar de wal, de hond ging mee. “Mensen vonden dat heel bijzonder, maar voor ons was dat gewoon maandag.” Had iemand haar nodig, dan belde men niet thuis maar naar café Lijnbach in de Weststraat — daar zat de telefoon die haar vader kon bereiken. Het nummer weet ze nog altijd: 53-94.


Lees het hele interview met Willemijn in het boek 'De echte IJmuidenaar' welke in 2026 verschijnt.


 
 
 

Comments


bottom of page